zaterdag 25 mei 2013

vrijdag 24 mei 2013

Dit moment


Eén foto - geen (of toch weinig) woorden - een eenvoudig, simpel, speciaal, wonderlijk moment. Een moment om bij stil te staan, van te genieten en vast te houden.

dinsdag 14 mei 2013

Herbarium - Gewone ereprijs

[hɛr'barijʏm] - verzameling gedroogde planten, op papier vastgehecht. Maar dan fotografisch. Soms plantjes uit eigen tuin, soms uit andermans tuin of de wijde natuur (maar wel altijd mijn foto's). Gewoon omdat ik ze mooi vind, omdat ik ze nog niet eerder (bij naam) kende, of omdat ik ze ooit graag zelf in de tuin wil. Kortom, mijn eigen digitale planten-plakboek.


Gewone ereprijs (Veronica chamaedrys) is een lieflijk mini-mini plantje, dat vanwege haar stuifmeel en nectar druk wordt bezocht door vliegen, de honingbij en kevertjes.
Het groeit op matig voedselrijke, vochtige graslanden, lichte bossen, bermen en dijken. Ook in gazons komt het wel eens voor. Doordat de meeste mensen hun gazons bijna dogmatisch afmaaien, komt hij dan meestal niet tot bloei. En dat is jammer, want bijna niets is zo idyllisch als een gazon dat bedekt is met de hemelsblauwe nevel van ereprijsbloemekes. Met hier en daar ook nog wat toefjes madelief ertussen.
In mijn mini-tuin heb ik geen gazon, maar de ereprijs heeft een plakje gevonden langs de rand van de border, tussen de hondsdraf en de tulpen. Later als ik groot ben, en een grote tuin heb, met plaats voor een gazon, dan zal ik al het mogelijke doen om te zorgen dat daar ook ereprijs tussen staat.

Hoogte | 0,10-0,40 m
Bloeitijd | April-juni
Levensduur | vaste plant



vrijdag 10 mei 2013

Dit moment


Eén foto - geen (of toch weinig) woorden - een eenvoudig, simpel, speciaal, wonderlijk moment. Een moment om bij stil te staan, van te genieten en vast te houden.


donderdag 9 mei 2013

Peren uit de grond # hoofdstuk 2

Zowat een maand geleden, schreef ik hier over mijn experiment met aardperen in potten/manden planten in plaats van in de volle grond. Zo zien ze er nu uit:



In totaal zijn het vijf manden met aardpeer geworden. Achteraf beschouwd ideaal. Dat betekent namelijk dat ik vanaf november tot en met maart elke maand een mand kan oogsten. En dan gelijk één aardpeer terug stoppen, met wat extra organisch materiaal (lees keukenafval) op de bodem van de mand. En dan ben ik alweer klaar voor het volgend seizoen wat de aardperen betreft. Over efficiëntie gesproken.


Soit, so far so good dus, met de mandaardperen.* Maar ik zal nog maar niet te hoog van de toren blazen, want er staat ons nog een hele zomer te wachten waarin er vanalles kan gebeuren.

*Op wat slakkenvraat na. Maar dat komt wel weer in orde, nu de slakken in de tuin toch dagelijks in aantal afnemen (of dat hopen we dan maar). 

woensdag 8 mei 2013

Herbarium - Pinksterbloem

[hɛr'barijʏm] - verzameling gedroogde planten, op papier vastgehecht. Maar dan fotografisch. Soms plantjes uit eigen tuin, soms uit andermans tuin of de wijde natuur (maar wel altijd mijn foto's). Gewoon omdat ik ze mooi vind, omdat ik ze nog niet eerder (bij naam) kende, of omdat ik ze ooit graag zelf in de tuin wil. Kortom, mijn eigen digitale planten-plakboek.

Om te beginnen de pinksterbloem (Cardamine pratensis) - een van de mooiste Brassicaceae - die op het moment met witte tot lichtroze bloemetjes weelderig bloeit in weiden, wegbermen en langs waterkanten. Die bloemetjes en ook de jonge blaadjes kunt ge trouwens ook eten (bevat veel vitamine C) bijvoorbeeld in de sla of in zelfgemaakte pesto. Ook zijn broertjes (of zusjes, wat ge wilt) de kleine veldkers (Cardamine hirsuta) en bosveldkers (Cardamine flexuosa) zijn trouwens eetbaar, maar hebben minder fraaie looks.

Hoogte | 0,15-0,50 m
Bloeitijd | April-juni
Levensduur | vaste plant




dinsdag 7 mei 2013

Slakkenwijsheid


Ze zijn daar weer, de slakken - de viooltjes zijn volledig aangevreten, de blaadjes van de sneeuwklokjes volledig afgeschoren, aan de jonge blaadjes van mijn radijsjes hebben ze ook al zitten peuzelen, aan de tulpen is het ook te zien, en al heel wat ongeopende bloemknopjes van de wilde akelei hebben eraan moeten geloven.
Na een paar avonden en ochtenden slakken rapen in de tuin heb ik wel wat meer inzicht gekregen in de variëteit aan slakken die hier feest viert. Er zijn natuurlijk naaktslakken en huisjesslakken. De eerste zie ik niet zo vaak, maar ik heb het gevoel dat ze zich gewoon veel te goed voor mij verstoppen. Huisjesslakken zitten werkelijk overal.
Daar zijn ook een paar verschillende soorten van te onderscheiden, en blijkbaar richten ze niet allemaal even veel schade aan.


De gewone tuinslak (Cepaea nemoralis) is eigenlijk wel een mooi beestje. Met zijn streepjespak!


En zijn broertje de witgerande tuinslak (Cepaea hortensis) ook.

De gewone tuinslak is iets groter dan de witgerande. Beide soorten kunnen zowel geel, roze of bruin zijn, met of zonder zwarte strepen. De witgerande tuinslak is te herkennen aan de witte rand rond de opening.
Ze eten vooral dode bladeren en tuinafval, en levende planten (ze hebben een voorkeur voor brandnetel en boterbloem). Ook dode beestjes zoals pieren (regenwormen) en andere slakken peuzelen ze met plezier op.



De echte boosdoener onder de huisjesslakken blijkt de segrijnslak (Helix aspersa), kleine broertje van de welbekende Franse delicatesse. Net als de wijngaardslak aka escargot kan ze klaargemaakt worden in een lekker looksausje. De voorbewerking is wel enigzins goor en misselijkmakend (understatement!).  Aangezien manlief toch al een absolute weerzin heeft van slakken en schaaldieren in het algemeen, zal ik daar maar niet aan beginnen.

De tuinslak knabbelt wel graag verder aan gaatjes die door de segrijnslak zijn gemaakt. Genoeg reden dus om de totale overpopulatie van tuinslakken in mijn klein stukje groen enigzins in te perken, maar niet al te rigoreus.
Wat ik doe is de slakken verzamelen, in een potje of zakje in de diepvries steken, en de volgende morgen in de gft-bak gooien. Bevriezing is, zo heb ik gelezen, een redelijk slak-vriendelijke dood, aangezien de monstertjes langzaam inslapen en dan dood gaan.

We zullen zien of het iets uithaalt! Ik zit er nog niet echt op te wachten om mijn eigen nematoden te gaan kweken.